In de Nederlandse visserij bestaat al langer de ambitie om de afstand tussen producent en consument te verkleinen. Korte ketens — ketens met geen of maximaal één tussenschakel — kunnen die ambitie helpen realiseren. Ze versterken de verbinding tussen visser en consument, vergroten transparantie en storytelling, en verlagen de transportafstand van visserijproducten. Dit kan de waardeperceptie bij consumenten verhogen en het marktaandeel van lokaal gevangen vis versterken.
In traditionele visketens ondergaat een visproduct vaak meerdere bewerkingen en tussenschakels — van veiling en groothandel tot verwerking en grootwinkelbedrijf. Dit drukt de marge die vissers aan het begin van de keten ontvangen. Door ketens te verkorten kan de visser meer zeggenschap krijgen over prijs, kwaliteit en afzet. Bovendien sluiten korte ketens beter aan bij de groeiende vraag van consumenten naar lokaal, vers en traceerbaar voedsel.
In de praktijk zijn er in Nederland al verschillende experimenten geweest met korte ketens in de visserij — met wisselend succes — zoals blijkt uit een overzicht van Wageningen University & Research. Een goed voorbeeld van een succesvol initiatief is de Zeeverse Vismarkt in Den Oever, waarbij vissers hun vers gevangen vis direct aan consumenten verkopen zonder veiling of groothandel ertussen. Dit model vergroot de zichtbaarheid van het product en direct contact met de consument, en de markt blijft bestaan dankzij toerisme en lokale betrokkenheid.
Tegelijkertijd laten andere initiatieven zien dat het niet altijd vanzelf gaat. Kleinschalige korteketenprojecten zoals lokale webshops of visbox-services stuitten op problemen met logistiek, kleine volumes en het voldoen aan voedselveiligheidseisen, waardoor de kosten hoger waren dan de opbrengsten en rendabele opschaling lastig bleek. Daarnaast blijkt dat variabele aanvoer en gebrek aan ondernemers- en marketingvaardigheden bij vissers vaak leiden tot vertragingen of zelfs stilvallen van initiatieven die in eerste instantie veelbelovend leken.
Deze praktijkvoorbeelden laten zien dat korte ketens in de visserij kansen bieden, maar dat succes afhankelijk is van schaal, samenwerking, infrastructuur en een goed doordachte marktstrategie — lessen die relevant zijn voor nieuwe korte ketenmodellen zoals die rond de Nederlandse rivierkreeftvisserij.
De Nederlandse rivierkreeftvisserij vormt een concreet voorbeeld waar deze ontwikkelingen samenkomen. De invasieve Amerikaanse rivierkreeft veroorzaakt aanzienlijke ecologische schade in binnenwateren. Tegelijkertijd kan gericht vangen en lokaal vermarkten van deze kreeften bijdragen aan beheersing én waardecreatie. Het mes snijdt aan twee kanten: consumenten krijgen een lokaal product van hoge kwaliteit, en beroepsvissers versterken hun positie in de keten.

Een treffend praktijkvoorbeeld speelt zich af rond Woerden. Hier vangt een rivierkreeftvisser van CrawFish Farm Holland de rivierkreeften in de polder bij Boerbert in Woerden. Die worden onder strikte voedselveiligheidseisen verwerkt bij de verwerkingslocatie in Moordrecht: sorteren, verwateren, koelen en bereiden volgens geldende hygiëne- en traceerbaarheidsnormen. Vervolgens worden ze in een diepgevroren variant in de boerderijwinkel van Boerbert rechtstreeks verkocht aan consumenten. In dit korte keten-model legt de rivierkreeft slechts enkele tientallen kilometers af: van water naar verwerking (≤ 30 km) en weer terug naar de boerderijwinkel (≤ 30 km). Dit is een voorbeeld van maximale versheid, minimale foodmiles én directe binding tussen rivierkreeftvisser, boer en consument.

